Vanmorgen kwam de Engel en nam me mee naar het Vagevuur.
Terwijl de Engel en ik door het Vagevuur liepen en enkele dames passeerden, merkte ik dat ze naar mijn been staarden en tegen elkaar fluisterden: "Kijk, dat is de dame met het glanzende been."
"Nee. Het is meer zilverachtig glanzend," zei een andere.
Anderen waren het er niet mee eens en zeiden: "Nee, ik denk dat het goudachtig glanzend is."
De engel keek naar hen en daarna naar mij, terwijl hij zachtjes lachte.
Naar hun opmerkingen te hebben geluisterd, zei ik: "Het lijkt meer op een houten been!"
De dames konden het niet eens worden en bleven herhalen: "Ja, ja, dat is de dame met het gouden been."
"Nee, het is meer een glanzend been, maar zilverachtig glanzend."
"Nee, ik zie goud."
Ze bleven deze drie verschillende dingen herhalen.
De dames begrepen niet dat het lijden dat ik onderga door de pijn in mijn been hen helpt om de Hemel te bereiken.